Doe niet zo woordgrappig

Een gerecht bedenken naar aanleiding van een woordgrap. Vandaag was het zover. Ik zat namelijk al een tijdje te broeden op een gezondere variant van de kapsalon. Het liefst zonder vlees en met vis of iets uit de zee. En hoe dan ook, met veel groenten. Dus wat had ik bedacht? Daar komt ‘ie…:

De krabsalon.

Ta daa. Ok. De woordgrap is daar. Maar dan nu het gerecht zelf nog in elkaar zetten. Ik snelde naar de supermarkt en rende als een bezetene naar de versafdeling. Een bedje van jonge bladspinazie leek mij wel wat. Daarop een in stukjes gesneden half rijpe avocado erop? Goed plan! Zeewier salade past daar ook perfect bij, dus dat schafte ik ook aan. Aangezien het een kapsalon variant moest worden besloot ik wel om er patat in te doen. Ik koos voor ‘Opa’s ovenfriet’. Dat zijn dikke frieten met schil. Heerlijk.

Mijn krabsalon was bijna compleet. Er was alleen één essentieel ingrediënt nog niet in mijn winkelmandje aanwezig. Krab. Aangezien bijna geen enkele supermarkt krab verkoopt koos ik voor het product wat er het meest bij in de buurt komt: Surimi. Surimi is heerlijk zoet en past qua structuur perfect bij de zeewiersalade en avocado. Man, dat wordt smullen.

“Van woordgrapje naar gerecht. En ook nog eens heel lekker. Het moet niet gekker woorden.

Om alles een beetje meer kleur te geven kocht ik ook nog wat rode kool kiemen. En als dressing vond ik een paar druppels vissaus en zoute sojasaus wel geschikt. Er overheen gestrooide sesamzaadjes maken het krabsalon feestje compleet.

Et voilà. Het kan dus echt. Van woordgrapje naar gerecht. En ook nog eens heel lekker. Het moet niet gekker woorden.

Ehm, ja. Dat was een woordgrap. Sorry.

Spontaan aan de race

Ok, ik beken. Ik ben een liefhebber van de Formule 1. Al sinds de tijd van Ayrton Senna volg ik de sport op de voet. Talloze hoogte en dieptepunten heb ik live mogen aanschouwen. Al dan niet met wat snacks op schoot zit ik al jaren aandachtig te kijken naar het spektakel van gierende banden, pitspoezen, bizarre crashes en het leeg spuiten van extreem grote flessen champagne.

Zo dus ook vandaag. Daar zat ik dan, met mijn kom erwtensoep op schoot. De verwachting was dat Max Verstappen nou eindelijk weer eens het podium ging halen. Waarbij ik zelf sterk het idee had dat er nog meer in zat. En toen het ook nog eens ging regenen daar boven het circuit wist ik het zeker: Max wint ‘m.

“Ik slikte snel mijn veel te warme hap soep door en zag iets wat ik niet wilde zien…

Terwijl ik voorzichtig een eerste hap van mijn erwtensoep nam gingen de lampen uit en scheurden de bolides richting de eerste bocht. Max was goed weg en reed vanaf zijn tweede startplaats meteen richting de koppositie. De bocht kwam in zicht. Oh nee, een gekke Fin had een nog betere start en wilde Max voorbij. Oh oh, ik slikte snel mijn veel te warme hap soep door en zag iets wat ik niet wilde zien. Max werd gesandwicht door die Fin en de Duitser voor hem. BAM. Er af. Alle drie. Kapot. Over en uit.

Weg spanning. Gelukkig had ik nog nauwelijks iets van mijn erwtensoep gegeten, want anders was ik er spontaan van aan de race gegaan. Verstandig legde ik mijn soepkom even opzij, telde tot tien, zag tot mijn opluchting Max hoofdschuddend ongedeerd uitstappen en schakelde mijn tv even uit.

En die erwtensoep? Die liet ik, net als ik zelf, eerst even afkoelen.

Hier graat iets mis…

Ik heb een ding. Een heel raar iets. En ok, het is leuk om te weten dat je iets ‘speciaals’ hebt wat anderen niet hebben. Maar laat het dan ook echt iets leuks zijn… Nou, dat is bij mij niet echt het geval. Het is vooral dubieus.

“Alsof ik een graten en botjes magneet in mij heb zitten…

Dit is het geval: Ik heb altijd en overal in bijna iedere filet die ik eet een botje of graatje zitten. Zo gek. Ik heb dit al van kleins af aan. Alsof ik een graten en botjes magneet in mij heb zitten.  Het rare is ook, dat als we met z’n allen van dezelfde gefileerde vis eten ik de persoon ben met die ene graat. Ik ben mij er inmiddels wel van bewust dat het mij hoogstwaarschijnlijk altijd wel overkomt als we iets van filet eten, dus houd ik daar ook rekening mee en eet ik automatisch wat voorzichtiger. Vroeger prikte er regelmatig een dikke graat in mijn gehemelte, of stikte ik bijna in dat ene stukje bot wat de slager vergeten was uit mijn kipfilet te halen. Nu ben ik dat leed gelukkig wel voor.

Mijn moeder zegt altijd als ik weer eens een graat in mij fishstick heb zitten: “Nou, die is eruit. Nu weet ik in ieder geval zeker dat ik hem niet heb.” Zucht… Dit alles beperkt zich soms niet alleen tot graatjes en botjes. Er was zelfs een keer dat ik een eierschaal in de homemade eiersalade van mijn moeder in mijn mond ontdekte. Hard geknars in mijn mond bleek een stuk eierschaal te zijn. Fuck..  “Ah, daar is ‘tie..!” zei mijn moeder dan lachend. Bizar.

“Het is geen gave, het is niet leuk, ik kan er geen geld mee verdienen, niets…

Ik kan hier eigenlijk ook helemaal niets mee. Het is geen gave, het is niet leuk, ik kan er geen geld mee verdienen, niets van dat alles. Het enige wat het is, is dat het opmerkelijk irritant is. Ok, en grappig voor mijn naaste omgeving. Dat dan weer wel.

Ik kwam op dit verhaal omdat ik vandaag mijn lunch voorzag van zelf gemaakte gerookte makreel salade. Met, inderdaad, die enkele graat die er nog tussen zat in mijn laatste hap eten.