Doe niet zo woordgrappig

Een gerecht bedenken naar aanleiding van een woordgrap. Vandaag was het zover. Ik zat namelijk al een tijdje te broeden op een gezondere variant van de kapsalon. Het liefst zonder vlees en met vis of iets uit de zee. En hoe dan ook, met veel groenten. Dus wat had ik bedacht? Daar komt ‘ie…:

De krabsalon.

Ta daa. Ok. De woordgrap is daar. Maar dan nu het gerecht zelf nog in elkaar zetten. Ik snelde naar de supermarkt en rende als een bezetene naar de versafdeling. Een bedje van jonge bladspinazie leek mij wel wat. Daarop een in stukjes gesneden half rijpe avocado erop? Goed plan! Zeewier salade past daar ook perfect bij, dus dat schafte ik ook aan. Aangezien het een kapsalon variant moest worden besloot ik wel om er patat in te doen. Ik koos voor ‘Opa’s ovenfriet’. Dat zijn dikke frieten met schil. Heerlijk.

Mijn krabsalon was bijna compleet. Er was alleen één essentieel ingrediënt nog niet in mijn winkelmandje aanwezig. Krab. Aangezien bijna geen enkele supermarkt krab verkoopt koos ik voor het product wat er het meest bij in de buurt komt: Surimi. Surimi is heerlijk zoet en past qua structuur perfect bij de zeewiersalade en avocado. Man, dat wordt smullen.

“Van woordgrapje naar gerecht. En ook nog eens heel lekker. Het moet niet gekker woorden.

Om alles een beetje meer kleur te geven kocht ik ook nog wat rode kool kiemen. En als dressing vond ik een paar druppels vissaus en zoute sojasaus wel geschikt. Er overheen gestrooide sesamzaadjes maken het krabsalon feestje compleet.

Et voilà. Het kan dus echt. Van woordgrapje naar gerecht. En ook nog eens heel lekker. Het moet niet gekker woorden.

Ehm, ja. Dat was een woordgrap. Sorry.

Waar rook is, is makreel

Gerookte makreel. Naast dat het nostalgische gevoelens bij mij oproept is het ook nog eens gigantisch lekker. Vind ik dan. Het vet onder die mooie zilveren huid zorgt voor een mega zachte structuur. De vis smelt bij een eerste aanraking echt bijna op je tong zo zacht is het. En dan die smaak. Wauw, erg fijn.

“…speciale momenten die ik fijn heb opgeborgen ergens in een kluisje in mijn gedachten.

Yes. Ik ben een liefhebber. Dat merk je wel. Vroeger bracht mijn vader in het weekend vaak een hele gerookte makreel thuis. Die aten we dan op vers wit brood met een dikke laag boter. Als ik er nu over nadenk waren dat best speciale momenten die ik fijn heb opgeborgen ergens in een kluisje in mijn gedachten. Wat ik helaas ook in dat kluisje heb bewaard is de herinnering aan al die graten. Dat was soms wel een beetje jammer.

Dit weekend bedacht ik mij om eens zelf makreel te gaan roken. En aangezien ik die gedachten aan al die graten bijna niet kon verdragen kocht ik een makreelfilet. Met mijn liefde voor whisky in het achterhoofd wist ik dat er van oude Jack Daniels whiskyvaten houtsnippers te verkrijgen zijn die je kunt gebruiken in een rookoven. Ik bouwde zelf een rookoventje in elkaar met een grote stoofpan, aluminiumfolie, de houtsnippers en een rooster waar ik de makreelfilets op legde.

“Er ontvouwde zich een paddestoelwolk met de proportie van een atoomtest.

Ik zette de pan op een klein vuurtje, sloot hem af met het zware gietijzeren deksel en wachtte vervolgens geduldig af. Na een uur of twee besloot ik de deksel te openen. Er ontvouwde zich een paddestoelwolk met de proportie van een atoomtest. Gelukkig had ik mijn afzuiger op vol vermogen aan staan waardoor die rook snel was verdwenen. Wat overbleef waren twee perfect gerookte lappen makreelfilet.

Dit alles vraagt om wit brood met een dikke laag boter.

Something fishy

Mijn liefde voor vis is groot.  En ik denk ook te weten waardoor dat komt. Vroeger, toen ik nog een klein Michaeltje was, namen mijn ouders mij wel eens mee naar de Nieuwe Waterweg in Hoek van Holland. Dé plek om alle grote zeeschepen voorbij te zien komen die vanuit de Noordzee richting de Rotterdamse haven varen. Daar zaten we dan met onze verrekijkers op de speciaal aangelegde parkeerplaats in ons kleine autootje net zo lang te wachten totdat er weer een groot zeemonster voorbij kwam varen. Om de tijd te doden haalde mijn vader dan tussendoor vers gebakken lekkerbekjes of wat broodjes haring bij het visstandje wat daar stond. Dat waren nog eens tijden.

“Nee niet omdat ik die geur daar zo lekker vind ruiken. Maar gewoon, omdat ik persé een visje moet scoren…

Aangezien ik al mijn hele leven redelijk in de buurt van Scheveningen woon ben ik daar ook met enige regelmaat te vinden. En als ik daar ben ga ik negen van de tien keer toch even langs de visafslag. Nee niet omdat ik die geur daar zo lekker vind ruiken. Maar gewoon, omdat ik persé een visje moet scoren. Ook bij de visboer heb ik een abonnement. Iedere keer probeer ik daar weer iets anders uit. Nou ja, meestal dan.

Want er is één  klein detail: Het is zo verrekte duur! My God. Iedere dag een ander visje eten kost een vermogen. Niet te doen. Vandaar dat ik het nog echt zie als een traktatie. Het blijft wel meteen een speciale aangelegenheid. Die één a twee keer per week dat ik vis eet geniet ik er extra veel van. Ik denk dan ook altijd even terug aan vroeger. Want ik zal nooit vergeten waar het allemaal begon. Daar in ons autootje aan de Nieuwe Waterweg.

Hier graat iets mis…

Ik heb een ding. Een heel raar iets. En ok, het is leuk om te weten dat je iets ‘speciaals’ hebt wat anderen niet hebben. Maar laat het dan ook echt iets leuks zijn… Nou, dat is bij mij niet echt het geval. Het is vooral dubieus.

“Alsof ik een graten en botjes magneet in mij heb zitten…

Dit is het geval: Ik heb altijd en overal in bijna iedere filet die ik eet een botje of graatje zitten. Zo gek. Ik heb dit al van kleins af aan. Alsof ik een graten en botjes magneet in mij heb zitten.  Het rare is ook, dat als we met z’n allen van dezelfde gefileerde vis eten ik de persoon ben met die ene graat. Ik ben mij er inmiddels wel van bewust dat het mij hoogstwaarschijnlijk altijd wel overkomt als we iets van filet eten, dus houd ik daar ook rekening mee en eet ik automatisch wat voorzichtiger. Vroeger prikte er regelmatig een dikke graat in mijn gehemelte, of stikte ik bijna in dat ene stukje bot wat de slager vergeten was uit mijn kipfilet te halen. Nu ben ik dat leed gelukkig wel voor.

Mijn moeder zegt altijd als ik weer eens een graat in mij fishstick heb zitten: “Nou, die is eruit. Nu weet ik in ieder geval zeker dat ik hem niet heb.” Zucht… Dit alles beperkt zich soms niet alleen tot graatjes en botjes. Er was zelfs een keer dat ik een eierschaal in de homemade eiersalade van mijn moeder in mijn mond ontdekte. Hard geknars in mijn mond bleek een stuk eierschaal te zijn. Fuck..  “Ah, daar is ‘tie..!” zei mijn moeder dan lachend. Bizar.

“Het is geen gave, het is niet leuk, ik kan er geen geld mee verdienen, niets…

Ik kan hier eigenlijk ook helemaal niets mee. Het is geen gave, het is niet leuk, ik kan er geen geld mee verdienen, niets van dat alles. Het enige wat het is, is dat het opmerkelijk irritant is. Ok, en grappig voor mijn naaste omgeving. Dat dan weer wel.

Ik kwam op dit verhaal omdat ik vandaag mijn lunch voorzag van zelf gemaakte gerookte makreel salade. Met, inderdaad, die enkele graat die er nog tussen zat in mijn laatste hap eten.