Nooit in mineur bij de traiteur

Traiteur. Bij het woord alleen al loopt mij het water in de mond. Zoals eerder genoemd heb ik echt een zwak voor mensen die hun droom achterna gaan. Vaarwel zeggen tegen hun oude saaie baan en gaan voor een droom, hun passie. Je moet het maar durven. Traiteur worden doe je zeer waarschijnlijk vooral uit passie, en wellicht met de droom een eigen zaak te hebben. Ik kan mij goed voorstellen dat je als vakantieganger jaren lang hebt genoten van alles wat goddelijk lekker was in een land als Frankrijk of Italië, en daarna besloot deze dingen ook echt te delen met de mensen thuis.

“Hoe lekker ik het ook allemaal vind, iedere dag aan de speciale ham en kaas is niet goed voor mijn adonis lichaam.

Je stopt vervolgens al je spaarcenten in je weg naar traiteurschap. Je huurt een pandje ergens in de stad, je gaat een beetje verbouwen, importeert je lekkernijen, leert jezelf wat kook skills aan en bent klaar voor de verkoop. Hoppa, je bent traiteur. En dan nu de klanten nog.

Mond op mond reclame is bij zo’n speciaalzaak echt essentieel. Want met mij als klant ben je er nog lang niet. Hoe lekker ik het ook allemaal vind, iedere dag aan de speciale ham en kaas is niet goed voor mijn adonis lichaam. Ok, en ook niet voor mijn portemonnee. Daarbij is reclame maken in alle kranten en dagbladen  ook niet heel goedkoop als je ook nog al die andere lasten hebt.

“Eén blik op de vitrine was genoeg. Ik was verkocht.

Mond op mond reclame, dat is exact wat ik nu ga doen. Want ik liep zojuist de kapperszaak uit waar ik mezelf een verse coupe had laten aanmeten. En toen liep ik langs een Italiaanse traiteur, genaamd Di Niente. Heel gek, want ik loop daar dus wel vaker langs. Maar al die keren dat ik daar voorbij liep viel die zaak mij niet op. Een gemiste kans, zo bleek toen ik naar binnen liep. Eén blik op de vitrine was genoeg. Ik was verkocht. Talloze Italiaanse hammen en kazen lagen naast vers verwerkte olijven, sardines en gegrilde groenten.

Oh man, dit wil je. Ik vroeg de vriendelijke man achter de toonbank wat hij mij zou aanraden. Waarop hij besloot een bordje vol van al het lekkers uit de vitrine samen te stellen. Perfect. Ik kocht er vervolgens uit nieuwsgierigheid nog een fijne Chianti bij. Mijn besluit staat vast: Ik ga hier echt vaker heen. Al is het alleen maar omdat ik dan weer kan wegdromen naar het Italië van de man achter de toonbank.

This boy is on fire

Verslavingen. Je kunt ze maar beter niet hebben, want ze maken je kapot. Letterlijk en figuurlijk. Maar, gelukkig ben ik niet zo verslavingsgevoelig aangelegd. Er zijn een hoop dingen die ik zonder blikken of blozen gewoon kan laten staan. Een avondje geen alcohol drinken bijvoorbeeld. Sigaretten, bah. Niet ok. Of drugs. Ik snuif liever de geur van vers gebakken brood op, dan het witte meel waar het van gemaakt is. En dat scheelt een hoop gedoe. Lucky me.

“Vooral als het een flesje habanero hotsauce blijkt te zijn waar de vuurspuwende draken van Game of Thrones geen brood van lusten.

Maar ok, iedereen heeft een zwak voor iets. En dat van mij is pittig eten. Ik ben namelijk wél een sucker voor sambal en hete sausjes. Hoe pittig ook, ik moét het gewoon eten. Ik zit nu toevallig in een fase van nieuwe dingen uitproberen. Als ik een flesje hotsauce zie staan wat ik niet ken moet ik het gewoon even uittesten. Lekker mee experimenteren door even een druppel op het puntje van mijn tong te laten vallen en te kijken wat het doet. Gekkenwerk. Vooral als het een flesje extreem hete habanero hotsauce blijkt te zijn waar de vuurspuwende draken van Game of Thrones geen brood van lusten. Je staat on fire. Bigtime.

“Die splijtende pijnen in mijn tong zijn de shit.

En oh wat doet het dan pijn. Mijn tong, mijn gehemelte. Mijn maag, mijn stoelgang. Mijn alles. Maar ik moét het gewoon doen. Het voelt zo goed.  En ik wil meer. Want het is zo lekker. Ook al heb ik geen benul meer hoe mijn bordje curry smaakt, die splijtende pijnen in mijn tong zijn de shit. Dus onderga ik het opnieuw, en opnieuw. Net zolang het mijn honger naar zwetende pijnen heeft gestild.

“Een hele lepel Madame Jeanette sambal doet me niets.

Verslaafd? Oh nee. Ik heb geen verslaving. Ik ontken alles, want dat slaat nergens op. Nee man. Verslavingen zijn voor zwakke mensen. En ik ben sterk. Kijk maar wat ik op kan. Een hele lepel Madame Jeanette sambal doet me niets. Nee ja ik wil het zelf. En ik heb alles onder controle. Ey! Hoezo pak je nou mijn lepel af?? Doe eens niet. Ik wil dit. Laat me nou. Hoezo, ‘je trilt helemaal’. Gek zeg. Ik ben echt niet verslaafd! Verslaafden ontkennen namelijk altijd all…

…oh wacht.