Waar rook is, is makreel

Gerookte makreel. Naast dat het nostalgische gevoelens bij mij oproept is het ook nog eens gigantisch lekker. Vind ik dan. Het vet onder die mooie zilveren huid zorgt voor een mega zachte structuur. De vis smelt bij een eerste aanraking echt bijna op je tong zo zacht is het. En dan die smaak. Wauw, erg fijn.

“…speciale momenten die ik fijn heb opgeborgen ergens in een kluisje in mijn gedachten.

Yes. Ik ben een liefhebber. Dat merk je wel. Vroeger bracht mijn vader in het weekend vaak een hele gerookte makreel thuis. Die aten we dan op vers wit brood met een dikke laag boter. Als ik er nu over nadenk waren dat best speciale momenten die ik fijn heb opgeborgen ergens in een kluisje in mijn gedachten. Wat ik helaas ook in dat kluisje heb bewaard is de herinnering aan al die graten. Dat was soms wel een beetje jammer.

Dit weekend bedacht ik mij om eens zelf makreel te gaan roken. En aangezien ik die gedachten aan al die graten bijna niet kon verdragen kocht ik een makreelfilet. Met mijn liefde voor whisky in het achterhoofd wist ik dat er van oude Jack Daniels whiskyvaten houtsnippers te verkrijgen zijn die je kunt gebruiken in een rookoven. Ik bouwde zelf een rookoventje in elkaar met een grote stoofpan, aluminiumfolie, de houtsnippers en een rooster waar ik de makreelfilets op legde.

“Er ontvouwde zich een paddestoelwolk met de proportie van een atoomtest.

Ik zette de pan op een klein vuurtje, sloot hem af met het zware gietijzeren deksel en wachtte vervolgens geduldig af. Na een uur of twee besloot ik de deksel te openen. Er ontvouwde zich een paddestoelwolk met de proportie van een atoomtest. Gelukkig had ik mijn afzuiger op vol vermogen aan staan waardoor die rook snel was verdwenen. Wat overbleef waren twee perfect gerookte lappen makreelfilet.

Dit alles vraagt om wit brood met een dikke laag boter.

Nooit in mineur bij de traiteur

Traiteur. Bij het woord alleen al loopt mij het water in de mond. Zoals eerder genoemd heb ik echt een zwak voor mensen die hun droom achterna gaan. Vaarwel zeggen tegen hun oude saaie baan en gaan voor een droom, hun passie. Je moet het maar durven. Traiteur worden doe je zeer waarschijnlijk vooral uit passie, en wellicht met de droom een eigen zaak te hebben. Ik kan mij goed voorstellen dat je als vakantieganger jaren lang hebt genoten van alles wat goddelijk lekker was in een land als Frankrijk of Italië, en daarna besloot deze dingen ook echt te delen met de mensen thuis.

“Hoe lekker ik het ook allemaal vind, iedere dag aan de speciale ham en kaas is niet goed voor mijn adonis lichaam.

Je stopt vervolgens al je spaarcenten in je weg naar traiteurschap. Je huurt een pandje ergens in de stad, je gaat een beetje verbouwen, importeert je lekkernijen, leert jezelf wat kook skills aan en bent klaar voor de verkoop. Hoppa, je bent traiteur. En dan nu de klanten nog.

Mond op mond reclame is bij zo’n speciaalzaak echt essentieel. Want met mij als klant ben je er nog lang niet. Hoe lekker ik het ook allemaal vind, iedere dag aan de speciale ham en kaas is niet goed voor mijn adonis lichaam. Ok, en ook niet voor mijn portemonnee. Daarbij is reclame maken in alle kranten en dagbladen  ook niet heel goedkoop als je ook nog al die andere lasten hebt.

“Eén blik op de vitrine was genoeg. Ik was verkocht.

Mond op mond reclame, dat is exact wat ik nu ga doen. Want ik liep zojuist de kapperszaak uit waar ik mezelf een verse coupe had laten aanmeten. En toen liep ik langs een Italiaanse traiteur, genaamd Di Niente. Heel gek, want ik loop daar dus wel vaker langs. Maar al die keren dat ik daar voorbij liep viel die zaak mij niet op. Een gemiste kans, zo bleek toen ik naar binnen liep. Eén blik op de vitrine was genoeg. Ik was verkocht. Talloze Italiaanse hammen en kazen lagen naast vers verwerkte olijven, sardines en gegrilde groenten.

Oh man, dit wil je. Ik vroeg de vriendelijke man achter de toonbank wat hij mij zou aanraden. Waarop hij besloot een bordje vol van al het lekkers uit de vitrine samen te stellen. Perfect. Ik kocht er vervolgens uit nieuwsgierigheid nog een fijne Chianti bij. Mijn besluit staat vast: Ik ga hier echt vaker heen. Al is het alleen maar omdat ik dan weer kan wegdromen naar het Italië van de man achter de toonbank.

This boy is on fire

Verslavingen. Je kunt ze maar beter niet hebben, want ze maken je kapot. Letterlijk en figuurlijk. Maar, gelukkig ben ik niet zo verslavingsgevoelig aangelegd. Er zijn een hoop dingen die ik zonder blikken of blozen gewoon kan laten staan. Een avondje geen alcohol drinken bijvoorbeeld. Sigaretten, bah. Niet ok. Of drugs. Ik snuif liever de geur van vers gebakken brood op, dan het witte meel waar het van gemaakt is. En dat scheelt een hoop gedoe. Lucky me.

“Vooral als het een flesje habanero hotsauce blijkt te zijn waar de vuurspuwende draken van Game of Thrones geen brood van lusten.

Maar ok, iedereen heeft een zwak voor iets. En dat van mij is pittig eten. Ik ben namelijk wél een sucker voor sambal en hete sausjes. Hoe pittig ook, ik moét het gewoon eten. Ik zit nu toevallig in een fase van nieuwe dingen uitproberen. Als ik een flesje hotsauce zie staan wat ik niet ken moet ik het gewoon even uittesten. Lekker mee experimenteren door even een druppel op het puntje van mijn tong te laten vallen en te kijken wat het doet. Gekkenwerk. Vooral als het een flesje extreem hete habanero hotsauce blijkt te zijn waar de vuurspuwende draken van Game of Thrones geen brood van lusten. Je staat on fire. Bigtime.

“Die splijtende pijnen in mijn tong zijn de shit.

En oh wat doet het dan pijn. Mijn tong, mijn gehemelte. Mijn maag, mijn stoelgang. Mijn alles. Maar ik moét het gewoon doen. Het voelt zo goed.  En ik wil meer. Want het is zo lekker. Ook al heb ik geen benul meer hoe mijn bordje curry smaakt, die splijtende pijnen in mijn tong zijn de shit. Dus onderga ik het opnieuw, en opnieuw. Net zolang het mijn honger naar zwetende pijnen heeft gestild.

“Een hele lepel Madame Jeanette sambal doet me niets.

Verslaafd? Oh nee. Ik heb geen verslaving. Ik ontken alles, want dat slaat nergens op. Nee man. Verslavingen zijn voor zwakke mensen. En ik ben sterk. Kijk maar wat ik op kan. Een hele lepel Madame Jeanette sambal doet me niets. Nee ja ik wil het zelf. En ik heb alles onder controle. Ey! Hoezo pak je nou mijn lepel af?? Doe eens niet. Ik wil dit. Laat me nou. Hoezo, ‘je trilt helemaal’. Gek zeg. Ik ben echt niet verslaafd! Verslaafden ontkennen namelijk altijd all…

…oh wacht.

Brood op de plank

Ik heb een zwak voor oldschool ambachtswerk. Mensen die vanuit hun passie één ambacht uitvoeren en dat net zo lang doen totdat hun skill geperfectioneerd is tot het hoogst haalbare. Als dit ambacht op de één of andere manier ook nog met eten of drinken te maken heeft ben ik verkocht.

Wellicht dat ik daardoor een zwak heb voor dingen als speciale kaasjes, single malt whisky, port, espresso, kimchi, door Roemeense oma’s gehaakte tafelkleedjes…

“Je moet echt uit het juiste hout gesneden zijn wil je dit volhouden…

Gekkigheid. Wat denk je zelf. Die tafelkleedjes kunnen mij gestolen worden. Maar het idee dat je één ding doet. En dan iedere dag dat ding blijft doen. Dat je dat blijft volhouden terwijl je bij jezelf denkt waar je in hemelsnaam mee bezig bent. En dan nog doorgaat. Valt. Opstaat. Verbetert. Perfectioneert. Dat idee, daar heb ik heel veel respect voor. Want je moet echt uit het juiste hout gesneden zijn wil je dit volhouden tot het echt voldoet aan de kwaliteit die het verdient.

“Ook in de broodplanken business gaat natuurlijk niet altijd alles over rozen.

Over uit het juiste hout gesneden zijn gesproken… Ik kwam laatst via Instagram in contact met Dennis van Broodt by Toussaint. Hij maakt eikenhouten broodplankjes. Gewoon, met zijn twee rechterhanden. Ik was eigenlijk meteen verkocht. Ze stralen kwaliteit, ambacht en een bepaalde ruwheid uit die mij wel aanstond. Nou, anderhalve week later had ik mijn eigen ronde #miketweepuntnul Broodt by Toussaint broodplank in huis. Man wat ben ik er blij mee.

Trouwens, ook in de broodplanken business gaat natuurlijk niet altijd alles over rozen. Ook daar moet gewoon brood op de plank komen. Letterlijk. Dus mocht je toevallig nog een opvallend vette broodplank nodig hebben, denk dan even aan Dennis en support zijn ambacht.