Een oldschool Kerst classic, maar dan anders

De standaard kerstgerechten, je kent ze wel. Boontjes omwikkeld in ham, gebakken aardappeltjes, huzarensalade, kalkoen… Om er maar een paar te noemen. Eigenlijk is het woord ‘standaard’ niet echt op zijn plaats. Want als je dit met Kerst jaar in jaar uit opdient zijn het stiekem eigenlijk best wel klassiekers te noemen.

Mij is door COOP gevraagd één van deze zogenaamde Kerst klassiekers net even anders op te dienen. En ja, wat kies je dan? Ik ben gegaan voor haricot verts omrolt in ham, gebakken aardappelen en gebakken zalmfilet. Maar dan net even anders. Door de zalm en de ham te combineren, de aardappelen niet te bakken maar te roosteren in de oven en wat extra zeesmaken op m’n bord toe te voegen denk ik dat ik er een eigen draai aan heb kunnen geven.

IMG_0512.JPG

De ingrediënten
450 gram Haricot verts
50 gram Roomboter
2 teentjes Knoflook
2 theelepels Gedroogde tijm
500 gram krieltjes met schil
Een flinke scheut sesamolie
3 pakken gerookte zalmfilet
1 pakje vissaus
2 theelepels gerookte paprikapoeder
Citroenrasp van 1 citroen
2 takjes bosui
1 bakje zeekraal
3 theelepels sesamzaad

Het menu
Haricot Verts, gekookt in tijm en knoflook. Gerold in gerookte zalmfilet en overgoten met een frisse vissaus met citroenrasp en bosui. Krieltjes met schil en al geroosterd in de oven. Zeekraal met knoflook en sesamzaad gewokt in sesamolie.

“Voeg de krieltjes en de zeekraal toe. En klaar is je vernieuwde Kerst klassieker.”

En nu nog maken
Verwarm de oven voor op 200 graden. Snijd de krieltjes doormidden, de schil mag er aan blijven. Leg de aardappelen met de snijkant naar boven op een met bakpapier beklede bakplaat en besprenkel met olijfolie en kruid met peper, zout en gerookt paprikapoeder. Bak 30 tot 45 minuten in de oven, afhankelijk van de grootte van de aardappels. Snijd de punten van de haricots verts. Pers de knoflook uit. Zet een grote pan op middelhoog vuur en smelt hierin de boter. Voeg de haricots verts toe en bak eventjes mee. Schenk er 50 ml water bij, breng zachtjes aan de kook en voeg dan de knoflook en de gedroogde tijm toe. Laat ongeveer 3 minuten op zacht vuur doorgaren, totdat het water is verdampt en de haricots verts beetgaar zijn. Breng op smaak met peper en zout. Maak de vissaus zoals vermeld op de verpakking. Rasp er een beetje citroenschil overheen en voeg wat gesneden bosui toe. Snijd de gerookte zalmfilet in plakken. Leg er een aantal haricot verts op en rol het geheel tot een lekker pakketje. Leg twee pakketjes op ieder bord en giet de vissaus er netjes overheen. Voeg de krieltjes en de zeekraal toe. En klaar is je vernieuwde Kerst klassieker.

Zelf doen
Ga zelf ook eens lekker aan de slag met het restylen van een oldschool kerstgerecht. Mocht je niet weten welke, verwijs ik je door naar coop.nl/kerstklassieker. Want als je jouw kerstgerecht met een twist fotografeert en op je insta knalt met #coopkerstklassieker maak je ook nog eens kans op een vette KitchenAid pan. En wie wil dat nou niet… Je kunt tot de 28ste van december meedoen. Doe je best!

Veel succes met het koken van jouw Kerstdiner.
Eet smakelijk en alvast een fijne Kerst!

De Elvis

De peanutbutter banana sandwich van Elvis Presley. Oftewel: Twee dikke boterhammen met pindakaas, banaan én knapperig gebakken bacon. Geroosterd op een tosti-ijzer. Kortweg: De Elvis.

Toen Elvis nog een klein vetkuifje had zat de Verenigde Staten in een enorme depressie. Mensen moesten daarom eten wat er voor handen was. En zo ontstonden er noodgedwongen nieuwe gerechten. Een niet al te voor de hand liggende combo van brood, banaan, bacon en pindakaas werd ineens een veel gegeten sandwich.

Het broodje stond op een gegeven moment overal in Memphis, waar Elvis woonde, op de menukaart. De jonge Elvis Presley was vrijwel direct een groot fan van deze zoet/hartige smaaksensatie.

De beroemde schudder van heupen en damesharten bestelde zijn peanutbutter banana sandwiches in het Arcade Restaurant. Hij zat dan ergens achterin, lekker dichtbij de nooduitgang, zodat hij z’n fans (met broodje in de hand) makkelijk kon ontvluchten als het hem te veel werd.

Tot op de dag van vandaag schijnt dat plekje achterin het Arcade restaurant één van de meest gereserveerde plekjes in een restaurant ever te zijn. En hé, wie wilt er nou niet een dagje in de huid van Elvis kruipen en genieten van ‘zijn’ broodje?

De hysterische fans moet je er dan alleen even bij bedenken.

Hele feta eiersalade

Je hebt eiersalade. En je hebt feta eiersalade. En vet lekker, dat is het zeker.

Wat heb je nodig?

  • 2 eieren
  • 50 gram (Dodoni 48+) feta
  • 2 eetlepels magere yoghurt
  • 2 theelepels mayonaise
  • Kerriepoeder
  • Knoflookpoeder
  • Chilipoeder
  • Griekse kruiden
  • Gedroogde peterselie
  • Peper

Hoe maak je het?

Kook de eieren totdat de dooier bijna geheel gestold is. Pel ze en prak ze samen met de feta fijn. Roer er de mayonaise en de yoghurt doorheen totdat alles een egaal geheel is geworden. Doe er naar eigen smaak de kruiden en poedertjes bij en garneer het geheel met de peterselie nadat je de feta-eiersalade op een boterham hebt gesmeerd. Nou, dat was ‘m.Oh, trouwens: mocht je het nog iets zoeter willen hebben zou je er eventueel ook nog wat ketchup doorheen kunnen roeren. Zouter zou ik het in ieder geval niet maken aangezien de feta zelf al redelijk zout is.Nou, geniet er lekker van. Op een verse volkoren boterham met zo’n heerlijk knapperig korstje, een stel crackers of een beschuitje. Wat jij wilt.

Hoe dan ook: met een beetje feta wordt je eiersalade eggstra lekker.

India Café, wauw.

Mooie dingen. Een absoluut hoogtepunt deze week was mijn ontmoeting met Veera. Nee, het gaat hier niet om een oogverblindend mooie bosnimf, maar om een lieve ondernemende man uit India genaamd Veera Raghavan. Hoe en wat? Nou, het zit zo.

Ik klapte de Thuisbezorgd app open en vond een Indiaas restaurantje, genaamd India Café, met een lunchkaart. Nou, perfect.

Een aantal dagen geleden kwam ik na een heftig uitgelopen bespreking ver na de lunch op kantoor aan. Ik had geen eten van huis meegenomen, en ik had ook niet de tijd om eens uitgebreid langs de supermarkt te lopen. Maar honger had ik als een beer. Er zat maar één ding op: Ik liet wat eten bezorgen.

Ik klapte de Thuisbezorgd app open en vond een Indiaas restaurantje, genaamd India Café, met een lunchkaart. Nou, perfect. Ik zag talloze gerechten staan waarvan ik echt geen flauw idee had wat het allemaal was. Dus ik besloot geheel random een aantal dingen te bestellen. Doe gek. 20 minuten later kwam er een klein Indiaas mannetje ons kantoor binnen lopen. Hij liep naar mijn collega toe en vroeg in het Engels of ik ergens te vinden was. Mijn collega dacht dat het een klant was die een afspraak met mij had. Maar toen hij vervolgens de tas met eten aan mij overhandigde schoot ze in de lach. ‘Ohhh.. is die lieve man jouw lunchbezorger?’ Zei ze gierend. Hilarisch..

Hoe dan ook, ik kon niet wachten om alles wat er in die tas zat in mijn mond te schuiven. Nou, ik kan je vertellen, het was fantastisch! Het waren smaken die mij deden denken aan mijn bezoekjes aan London. Daar waar ik de Indiase keuken eens goed had uitgetest. Bij iedere hap droomde ik weg naar die fijne Engelse mini-vakanties. Ik baalde echt dat ik er geen foto’s van had gemaakt, zodat ik alles met jullie kon delen. Maar goed. Ik ging weer aan het werk.

“Hij vond het zo leuk dat hij mij vervolgens uitnodigde om met hem in de keuken mee te kijken hoe al die lekkere dingen werden bereid.

Een uurtje later keek ik toevallig op mijn telefoon. Ik zag dat ik twee oproepen had gemist. Ik belde terug en het bleek Veera te zijn, de man van India Café. Hij had mij gebeld voordat hij bij mijn kantoor aankwam omdat ‘ie het niet kon vinden. Nu ik hem toch aan de telefoon had vertelde ik hem dat ik het echt gigantisch lekker vond. Voldaan hing ik op.

Toch zat mij s’-avonds iets niet helemaal lekker. Het waren de ontbrekende foto’s. Fuck it, ik appte hem gewoon nogmaals dat ik het heerlijk vond. We raakten aan de praat en ik vertelde hem van mijn miketweepuntnul blog, instagram account en mijn manier van gezonder leven. En dat ik hem bij een volgende bestelling eens goed ging aanprijzen en wél foto ging maken. Hij vond het zo leuk dat hij mij vervolgens uitnodigde om met hem in de keuken mee te kijken hoe al die lekkere dingen werden bereid.

Nou, twee dagen later stond ik naast zijn net zo lieve vrouw te kijken hoe ze voor mij een heerlijke maaltijd klaarmaakte. Ondertussen vertelde Veera dat hij een aantal jaar geleden uit India was overkomen om te studeren. Na zijn studie aan Nyenrode hebben hij en zijn vrouw diverse zaakjes opgezet. En India Café is hun nieuwste aanwinst. Hij vertelde over de vraag naar authentieke Indiase gerechten en dat hij vond dat zijn vrouw zo lekker kon koken. Dus voor hem was het simpel. Ze moesten die smaken en geuren over Amsterdam verspreiden. India Café was een feit.

Ik liep de deur uit met een dik gevulde tas vol heerlijk eten. En wauw, wat waren die mensen aardig. Compleet gelukkig ging ik mijn kantoor maar weer eens opzoeken.

Iemand met zo’n verhaal gun je echt de hele wereld. Vandaar dat ik dit nu opschrijf en hoop dat veel mensen het lezen. Want breng die lieve Veera en zijn vrouw eens een bezoekje in Amsterdam Noord, aan de Johan van Hasseltweg nummertje 68. Of bestel eens iets lekkers via de Thuisbezorgd app. India Café is de naam. En Veera is de eigenaar. Fooi geven mag altijd.

Doe niet zo woordgrappig

Een gerecht bedenken naar aanleiding van een woordgrap. Vandaag was het zover. Ik zat namelijk al een tijdje te broeden op een gezondere variant van de kapsalon. Het liefst zonder vlees en met vis of iets uit de zee. En hoe dan ook, met veel groenten. Dus wat had ik bedacht? Daar komt ‘ie…:

De krabsalon.

Ta daa. Ok. De woordgrap is daar. Maar dan nu het gerecht zelf nog in elkaar zetten. Ik snelde naar de supermarkt en rende als een bezetene naar de versafdeling. Een bedje van jonge bladspinazie leek mij wel wat. Daarop een in stukjes gesneden half rijpe avocado erop? Goed plan! Zeewier salade past daar ook perfect bij, dus dat schafte ik ook aan. Aangezien het een kapsalon variant moest worden besloot ik wel om er patat in te doen. Ik koos voor ‘Opa’s ovenfriet’. Dat zijn dikke frieten met schil. Heerlijk.

Mijn krabsalon was bijna compleet. Er was alleen één essentieel ingrediënt nog niet in mijn winkelmandje aanwezig. Krab. Aangezien bijna geen enkele supermarkt krab verkoopt koos ik voor het product wat er het meest bij in de buurt komt: Surimi. Surimi is heerlijk zoet en past qua structuur perfect bij de zeewiersalade en avocado. Man, dat wordt smullen.

“Van woordgrapje naar gerecht. En ook nog eens heel lekker. Het moet niet gekker woorden.

Om alles een beetje meer kleur te geven kocht ik ook nog wat rode kool kiemen. En als dressing vond ik een paar druppels vissaus en zoute sojasaus wel geschikt. Er overheen gestrooide sesamzaadjes maken het krabsalon feestje compleet.

Et voilà. Het kan dus echt. Van woordgrapje naar gerecht. En ook nog eens heel lekker. Het moet niet gekker woorden.

Ehm, ja. Dat was een woordgrap. Sorry.

Waar rook is, is makreel

Gerookte makreel. Naast dat het nostalgische gevoelens bij mij oproept is het ook nog eens gigantisch lekker. Vind ik dan. Het vet onder die mooie zilveren huid zorgt voor een mega zachte structuur. De vis smelt bij een eerste aanraking echt bijna op je tong zo zacht is het. En dan die smaak. Wauw, erg fijn.

“…speciale momenten die ik fijn heb opgeborgen ergens in een kluisje in mijn gedachten.

Yes. Ik ben een liefhebber. Dat merk je wel. Vroeger bracht mijn vader in het weekend vaak een hele gerookte makreel thuis. Die aten we dan op vers wit brood met een dikke laag boter. Als ik er nu over nadenk waren dat best speciale momenten die ik fijn heb opgeborgen ergens in een kluisje in mijn gedachten. Wat ik helaas ook in dat kluisje heb bewaard is de herinnering aan al die graten. Dat was soms wel een beetje jammer.

Dit weekend bedacht ik mij om eens zelf makreel te gaan roken. En aangezien ik die gedachten aan al die graten bijna niet kon verdragen kocht ik een makreelfilet. Met mijn liefde voor whisky in het achterhoofd wist ik dat er van oude Jack Daniels whiskyvaten houtsnippers te verkrijgen zijn die je kunt gebruiken in een rookoven. Ik bouwde zelf een rookoventje in elkaar met een grote stoofpan, aluminiumfolie, de houtsnippers en een rooster waar ik de makreelfilets op legde.

“Er ontvouwde zich een paddestoelwolk met de proportie van een atoomtest.

Ik zette de pan op een klein vuurtje, sloot hem af met het zware gietijzeren deksel en wachtte vervolgens geduldig af. Na een uur of twee besloot ik de deksel te openen. Er ontvouwde zich een paddestoelwolk met de proportie van een atoomtest. Gelukkig had ik mijn afzuiger op vol vermogen aan staan waardoor die rook snel was verdwenen. Wat overbleef waren twee perfect gerookte lappen makreelfilet.

Dit alles vraagt om wit brood met een dikke laag boter.

Nooit in mineur bij de traiteur

Traiteur. Bij het woord alleen al loopt mij het water in de mond. Zoals eerder genoemd heb ik echt een zwak voor mensen die hun droom achterna gaan. Vaarwel zeggen tegen hun oude saaie baan en gaan voor een droom, hun passie. Je moet het maar durven. Traiteur worden doe je zeer waarschijnlijk vooral uit passie, en wellicht met de droom een eigen zaak te hebben. Ik kan mij goed voorstellen dat je als vakantieganger jaren lang hebt genoten van alles wat goddelijk lekker was in een land als Frankrijk of Italië, en daarna besloot deze dingen ook echt te delen met de mensen thuis.

“Hoe lekker ik het ook allemaal vind, iedere dag aan de speciale ham en kaas is niet goed voor mijn adonis lichaam.

Je stopt vervolgens al je spaarcenten in je weg naar traiteurschap. Je huurt een pandje ergens in de stad, je gaat een beetje verbouwen, importeert je lekkernijen, leert jezelf wat kook skills aan en bent klaar voor de verkoop. Hoppa, je bent traiteur. En dan nu de klanten nog.

Mond op mond reclame is bij zo’n speciaalzaak echt essentieel. Want met mij als klant ben je er nog lang niet. Hoe lekker ik het ook allemaal vind, iedere dag aan de speciale ham en kaas is niet goed voor mijn adonis lichaam. Ok, en ook niet voor mijn portemonnee. Daarbij is reclame maken in alle kranten en dagbladen  ook niet heel goedkoop als je ook nog al die andere lasten hebt.

“Eén blik op de vitrine was genoeg. Ik was verkocht.

Mond op mond reclame, dat is exact wat ik nu ga doen. Want ik liep zojuist de kapperszaak uit waar ik mezelf een verse coupe had laten aanmeten. En toen liep ik langs een Italiaanse traiteur, genaamd Di Niente. Heel gek, want ik loop daar dus wel vaker langs. Maar al die keren dat ik daar voorbij liep viel die zaak mij niet op. Een gemiste kans, zo bleek toen ik naar binnen liep. Eén blik op de vitrine was genoeg. Ik was verkocht. Talloze Italiaanse hammen en kazen lagen naast vers verwerkte olijven, sardines en gegrilde groenten.

Oh man, dit wil je. Ik vroeg de vriendelijke man achter de toonbank wat hij mij zou aanraden. Waarop hij besloot een bordje vol van al het lekkers uit de vitrine samen te stellen. Perfect. Ik kocht er vervolgens uit nieuwsgierigheid nog een fijne Chianti bij. Mijn besluit staat vast: Ik ga hier echt vaker heen. Al is het alleen maar omdat ik dan weer kan wegdromen naar het Italië van de man achter de toonbank.

This boy is on fire

Verslavingen. Je kunt ze maar beter niet hebben, want ze maken je kapot. Letterlijk en figuurlijk. Maar, gelukkig ben ik niet zo verslavingsgevoelig aangelegd. Er zijn een hoop dingen die ik zonder blikken of blozen gewoon kan laten staan. Een avondje geen alcohol drinken bijvoorbeeld. Sigaretten, bah. Niet ok. Of drugs. Ik snuif liever de geur van vers gebakken brood op, dan het witte meel waar het van gemaakt is. En dat scheelt een hoop gedoe. Lucky me.

“Vooral als het een flesje habanero hotsauce blijkt te zijn waar de vuurspuwende draken van Game of Thrones geen brood van lusten.

Maar ok, iedereen heeft een zwak voor iets. En dat van mij is pittig eten. Ik ben namelijk wél een sucker voor sambal en hete sausjes. Hoe pittig ook, ik moét het gewoon eten. Ik zit nu toevallig in een fase van nieuwe dingen uitproberen. Als ik een flesje hotsauce zie staan wat ik niet ken moet ik het gewoon even uittesten. Lekker mee experimenteren door even een druppel op het puntje van mijn tong te laten vallen en te kijken wat het doet. Gekkenwerk. Vooral als het een flesje extreem hete habanero hotsauce blijkt te zijn waar de vuurspuwende draken van Game of Thrones geen brood van lusten. Je staat on fire. Bigtime.

“Die splijtende pijnen in mijn tong zijn de shit.

En oh wat doet het dan pijn. Mijn tong, mijn gehemelte. Mijn maag, mijn stoelgang. Mijn alles. Maar ik moét het gewoon doen. Het voelt zo goed.  En ik wil meer. Want het is zo lekker. Ook al heb ik geen benul meer hoe mijn bordje curry smaakt, die splijtende pijnen in mijn tong zijn de shit. Dus onderga ik het opnieuw, en opnieuw. Net zolang het mijn honger naar zwetende pijnen heeft gestild.

“Een hele lepel Madame Jeanette sambal doet me niets.

Verslaafd? Oh nee. Ik heb geen verslaving. Ik ontken alles, want dat slaat nergens op. Nee man. Verslavingen zijn voor zwakke mensen. En ik ben sterk. Kijk maar wat ik op kan. Een hele lepel Madame Jeanette sambal doet me niets. Nee ja ik wil het zelf. En ik heb alles onder controle. Ey! Hoezo pak je nou mijn lepel af?? Doe eens niet. Ik wil dit. Laat me nou. Hoezo, ‘je trilt helemaal’. Gek zeg. Ik ben echt niet verslaafd! Verslaafden ontkennen namelijk altijd all…

…oh wacht.

Foodbox ouwe

Een tijdje geleden werd ik (voor het eerst!) via het contactformulier op deze site benaderd door ene Randy. Hij vertelde mij dat hij zijn baan in de juridische business had verruild voor het leven van kok. Een aardige carrièreswitch als je ’t mij vraagt. Maar ik houd wel van iemand die zijn droom najaagt. Ik was meteen geïnteresseerd.  Al je zekerheden opgeven om eindelijk dat te doen wat je altijd al wilde. Het is nogal wat. In Randy z’n geval was dat chef zijn. En daar bleef het niet bij. Hij levert sinds kort ook nog eens foodboxen met Surinaams eten. Naar het schijnt ook nog eens zonder E-nummers. En dat is altijd mooi meegenomen.

“…bijna niets is lekkerder dan een bordje roti met die fijne gele f*cking hete Madame Jeanette sambal.

Een paar dagen geleden stond hij ineens met een big smile voor mijn neus. In zijn handen een grote doos vol verse producten. Hij vroeg mij vervolgens om zijn foodbox uit te proberen. Nou, dat deed ik maar al te graag. Stiekem ben ik een gigantische liefhebber van de Surinaamse keuken. En ok, ook van de Surinaamse sambals. Ik krijg spontaan water (en pijn) in mijn mond van de gedachte alleen al. Want bijna niets is lekkerder dan een bordje roti met die fijne gele f*cking hete Madame Jeanette sambal… *zucht*… Niet te doen zo lekker.

“Op aanraden van mijn bloeddruk deed ik er in tegenstelling tot wat er in het recept stond maar een klein beetje zout bij…

Ok. Terug naar die foodbox. Randy liet mij gelukkig kennis maken met meer dan de alom bekende roti. Ik werd namelijk getrakteerd op zijn versie van Surinaamse bami. Compleet met tomaat, paksoi, selderij, ui, ei, ketjap en knoflook. Nadat ik bijna alles gedaan had zoals op de bijgevoegde receptkaart stond beschreven bedacht ik mij dat ik nooit echt zout eet. Dus op aanraden van mijn bloeddruk deed ik er in tegenstelling tot wat er in het recept stond maar een klein beetje zout bij via een kwart bouillonblokje. Het bleek een goede keuze. Want ik kon het niet laten er toch een beetje Madame Jeanette sambal doorheen te roeren. En dat maakte alles perfect op smaak.

Conclusie: Ik heb genoten van een gerecht wat ik nog nooit eerder op deze manier had gemaakt. Ik kon het toch niet laten er een heel klein beetje aan te tweaken. Randy is nog maar net begonnen aan zijn foodbox reis naar stardom, maar ik heb nu al zin in een volgend recept van hem wat ik nog niet ken. Al kan ik niet beloven er geen Madame Jeanette sambal doorheen te roeren.

Something fishy

Mijn liefde voor vis is groot.  En ik denk ook te weten waardoor dat komt. Vroeger, toen ik nog een klein Michaeltje was, namen mijn ouders mij wel eens mee naar de Nieuwe Waterweg in Hoek van Holland. Dé plek om alle grote zeeschepen voorbij te zien komen die vanuit de Noordzee richting de Rotterdamse haven varen. Daar zaten we dan met onze verrekijkers op de speciaal aangelegde parkeerplaats in ons kleine autootje net zo lang te wachten totdat er weer een groot zeemonster voorbij kwam varen. Om de tijd te doden haalde mijn vader dan tussendoor vers gebakken lekkerbekjes of wat broodjes haring bij het visstandje wat daar stond. Dat waren nog eens tijden.

“Nee niet omdat ik die geur daar zo lekker vind ruiken. Maar gewoon, omdat ik persé een visje moet scoren…

Aangezien ik al mijn hele leven redelijk in de buurt van Scheveningen woon ben ik daar ook met enige regelmaat te vinden. En als ik daar ben ga ik negen van de tien keer toch even langs de visafslag. Nee niet omdat ik die geur daar zo lekker vind ruiken. Maar gewoon, omdat ik persé een visje moet scoren. Ook bij de visboer heb ik een abonnement. Iedere keer probeer ik daar weer iets anders uit. Nou ja, meestal dan.

Want er is één  klein detail: Het is zo verrekte duur! My God. Iedere dag een ander visje eten kost een vermogen. Niet te doen. Vandaar dat ik het nog echt zie als een traktatie. Het blijft wel meteen een speciale aangelegenheid. Die één a twee keer per week dat ik vis eet geniet ik er extra veel van. Ik denk dan ook altijd even terug aan vroeger. Want ik zal nooit vergeten waar het allemaal begon. Daar in ons autootje aan de Nieuwe Waterweg.